De fiscale zomerupdates van 2021

Vastgoed in het buitenland (personenbelasting)

Voortaan zal buitenlands onroerend goed zoals het Belgische een “kadastraal inkomen” bekomen. Het KI zal op dezelfde wijze berekend worden als een in België gelegen onroerend goed, nl. de normale netto huurwaarde op 1 januari 1975 van het onroerend goed zelf of van een gepast referentieperceel. Is er geen referentieperceel dan zal de Administratie 5,3% toepassen op de normale verkoopwaarde van het perceel op 1 januari 1975 (= de verkoopwaarde). Wanneer er geen gegevens voorhanden zouden zijn om de normale verkoopwaarde per 1 januari 1975 vast te stellen dan zal ze de actuele normale verkoopwaarde nemen waarop een jaarlijkse correctiefactor op berekend zal worden zodat men een waarde bekomt die deze van 1 januari 1975 benadert. Het KI zal vervolgens gelijk zijn aan 5,3% van de gecorrigeerde verkoopwaarden.

Om bovenstaande KI te kunnen berekenen zal de belastingplichtige een formulier van de Administratie ontvangen met de vraag om bepaalde gegevens in te vullen:

• Type goed • Ligging van het goed • Eigendomsrechten • Actuele verkoopwaarde • Normale verkoopwaarde in 1975 • Enz.

Dit formulier zal enkel worden toegestuurd naar de belastingplichtigen die reeds in de aangifte van inkomstenjaar 2019 een buitenlands onroerend goed hebben aangegeven of die dit in de aangifte van inkomstenjaar 2020 zullen aangeven. Beide hebben tijd tot eind 2021 om dit formulier ingevuld terug te sturen. Onroerende goederen die pas in 2020 worden aangegeven, zullen later dit jaar het formulier ontvangen. Indien u hulp zou wensen bij het invullen van het document, kan u ons gerust hiervoor contacteren.

Wie een buitenlands onroerend goed heeft aangekocht vanaf 1 januari 2021 zal dit zelf spontaan moeten melden aan de Administratie binnen de 4 maanden na aankoop van het onroerend goed. Dit kan online via MyMinfin of via het formulier dat u terug kan vinden op de site van FOD Financiën.

Het KI van het buitenlands onroerend goed zal moeten worden gebruikt in de aangifte met betrekking tot inkomstenjaar 2021.

Controleactie “auteursrechten” gestart

Minister Van Petegem kondigde enige tijd terug aan dat hij de ‘misbruiken’ met vergoedingen voor auteursrechten zou gaan aanpakken. Intussen zijn de eerste vragenlijsten aan belastingplichtigen verstuurd. Op basis daarvan zal men allicht de controlestrategie gaan bepalen. Op heden is daar nog maar weinig over bekend. Het staat in alle geval vast dat men zijn zaken best op orde heeft, bij gebruik van (fiscaal voordelige) vergoedingen voor auteursrechten (contract in orde; kunnen aantonen dat men auteursrechtelijk beschermde werken creëert; en overdracht voor een redelijk bedrag).

Bedrag kostenvergoedingen verplicht te vermelden op de loonfiche vanaf het jaar 2022

Kostenvergoedingen betreft de terugbetaling van kosten door de vennootschap aan zijn werknemers of bedrijfsleiders op forfaitaire basis en/of op basis van werkelijke uitgaven. De meeste bedrijfsleiders genieten zulke kostenvergoedingen onder de vorm van een maandelijkse forfaitaire vergoeding voor kantoorkosten, parking, car-wash, klein verteer, enz.

Tot op vandaag volstond het om deze kostenvergoedingen op de loonfiche aan te geven met loutere vermelding “verantwoording en ernstige normen”, zonder enig bedrag te vernoemen. Vanaf 1 januari 2022 zal echter het totale bedrag van de toegekende kostenvergoedingen verplicht op de jaarlijkse loonfiche moeten worden vermeld. De reden laat zich raden: men wil meer controlemogelijkheden op overdreven kostenvergoedingen en ‘dubbel gebruik’, want momenteel is dit een blinde vlek.

De fiscus zal op het vlak van de sanctionering een onderscheid maken tussen vaste vergoedingen en variabele vergoedingen. Wanneer de belastingplichtige het bedrag van de vaste vergoedingen niet vermeldt, zullen de kosten aangemerkt worden als niet-aftrekbare kosten en zullen deze bijgevolg worden verworpen bij controle. Daarentegen wanneer de belastingplichtige het bedrag van de variabele kostenvergoedingen niet zou vermelden, zullen deze kosten weliswaar nog steeds aftrekbaar zijn, maar kan de fiscus een administratieve boete opleggen.

Met de vaste vergoedingen wordt bedoeld, de forfaitaire vergoedingen (kostenforfaits voor bureau, parking, dagvergoedingen, …). Met de variabele vergoedingen worden de terugbetalingen op basis van bewijsstukken bedoeld zoals het terugbetalen van facturen, bonnetjes die privé betaald werden maar voor de vennootschap bedoeld waren, meestal geregeld met de zogenaamde ‘kostenstaten’ of ‘expense sheets’.

Het is daarom aangeraden om vanaf nu steeds (en zeker vanaf 1 januari 2022) zo weinig mogelijk met terugbetalingen van kosten te werken en zoveel mogelijk alle kosten rechtstreeks met de rekening van de vennootschap te betalen, de afgesproken kostenforfaits en dagvergoedingen uitgezonderd. Grote bedragen op de loonfiche vermelden kunnen immers controle uitlokken en het is administratief een kluwen om jaarlijks alle terugbetaalde kosten te gaan uittellen en te vermelden op fiche.

Groene mobiliteit (zowel vennootschaps- als personenbelasting)

De aftrekbaarheid van de kosten van de personenwagens zal zowel in de personenbelasting (eenmanszaken) als in de vennootschapsbelasting wijzigen. Vanaf 2026 zullen enkel nog 100 % elektrische personenwagens fiscaal aftrekbaar zijn. Een voorzichtige eerste conclusie is dat je voor een nieuwe wagen vanaf 1 juli 2023 richting elektrisch zal worden geduwd. Vanaf dan wordt de aftrek van benzine en dieselwagens immers stevig beperkt tijdens de normale gebruikstermijn van de wagen. Veel zal natuurlijk afhangen van het verschil in prijs tussen de verschillende type wagens.

Meer specifiek zal de vernieuwde groene mobiliteit er zo uit gaan zien:

1. Personenwagens aangekocht vóór 1 juli 2023

• geen wijziging: de aftrekbaarheid zal verder bepaald worden a.d.h.v. de huidige fiscale aftrekregeling i.f.v. CO²-uitstoot (formule: 120% - (0,5% x coëfficiënt x aantal gram CO2/km)) • uitzondering plug-in-hybrides: vanaf 1 januari 2023 zullen de brandstofkosten (benzine of diesel) beperkt worden tot 50% en niet volgens de huidige fiscale aftrekregeling • uitzondering in de personenbelasting: bij wagens aangekocht vóór 1 januari 2018 is er nog steeds de keuze tussen een aftrek van 75% of volgens de huidige fiscale aftrekregeling

2. Overgangsregime personenwagens aangekocht vanaf 1 juli 2023 t.e.m. 2025:

• 2024: huidige fiscale aftrekregeling blijft bestaan maar zonder de ondergrens van 50% fiscaal aftrekbaar of 40% in geval van een personenwagens met meer dan 200 gr/km • 2025: kosten aftrekbaar voor maximaal 75% • 2026: kosten aftrekbaar voor maximaal 50% • 2027: kosten aftrekbaar voor maximaal 25% • 2028: kosten niet meer aftrekbaar • uitzondering elektrische wagens: kosten blijven voor 100% fiscaal aftrekbaar

3. Personenwagens aangekocht vanaf 1 januari 2026 (geldt voor de volledige looptijd)

• geen fiscale aftrek meer voor de personenwagens die rijden op diesel of benzine (ook hybride?) • elektrische personenwagens 100% fiscaal aftrekbaar

4. Elektrische personenwagens aangekocht vanaf 1 januari 2027 (geldt voor de volledige looptijd) • aangekocht in 2027: 95% fiscaal aftrekbaar • aangekocht in 2028: 90% fiscaal aftrekbaar • aangekocht in 2029: 82,50% fiscaal aftrekbaar • aangekocht in 2030: 75% fiscaal aftrekbaar • aangekocht in 2031: 67,50% fiscaal aftrekbaar

Daarnaast zal de forfaitair aftrekbare beroepskost voor woon-werkverkeer (0,15 EUR/km) vanaf 1 januari 2026 ook verdwijnen. Dit zal enkel nog toegepast kunnen worden bij elektrische personenwagens of personenwagens die zijn aangekocht voor 1 juli 2023. Aan de berekening van het voordeel van alle aard van de personenwagens wijzigt er evenwel niets.

Als particulier zal je overigens een belastingvermindering kunnen bekomen in de personenbelasting wanneer je thuis een laadstation plaatst tussen 1 september 2021 en 31 augustus 2024 maar het laadstation moet intelligent zijn en het moet gebruik maken van enkel groene stroom (zonnepanelen of contract van 100% groene stroom). De belastingvermindering wordt beperkt tot 1.500 euro:

• Aankoop tussen 1 september 2021 en 31 december 2022: 45% belastingvermindering • Aankoop tussen 1 januari 2023 en 31 december 2023: 30% belastingvermindering • Aankoop tussen 1 januari 2024 en 31 augustus 2024: 15% belastingvermindering

Bedrijven die investeren in een publiek toegankelijk laadstation kunnen een kostenaftrek bekomen tot 200%:

• Aankoop tussen 1 september 2021 en 31 december 2022: 200% aftrekbaar • Aankoop tussen 1 januari 2023 en 31 augustus 2024: 150% aftrekbaar

Daarnaast kunnen bedrijven die investeren in koolstofemissievrije vrachtwagens, tankinfrastructuur voor waterstof of in een elektrisch laadstation ook van een verhoogde investeringsaftrek genieten:

• In 2023: 35% investeringsaftrek • In 2024: 29,50% investeringsaftrek • In 2025: 24% investeringsaftrek • In 2026: 18,50% investeringsaftrek • In 2027: 13,50% investeringsaftrek

Tot slot wat betreft de groene mobiliteit, wordt ook het mobiliteitsbudget verruimd. Elke werknemer heeft recht op een mobiliteitsbudget ongeacht deze een bedrijfswagen heeft, ervoor in aanmerking komt of ervan afziet. Daarnaast zullen de kapitaalaflossingen van leningen in aanmerking komen voor werknemers die binnen een straal van 10 KM wonen van hun werkplaats in plaats van 5KM.