De maatschap onder de loep

De federale wetgever heeft met de invoering van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (hierna: WVV), in werking getreden op 1 mei 2019, het aantal vennootschapsvormen willen reduceren.

De tijdelijke (handels)vennootschap die onder het Wetboek van Vennootschappen, de voorganger van het WVV, bestond, blijft onder het WVV als fenomeen onveranderd voortbestaan. Door het sluiten van een maatschapsovereenkomst van bepaalde duur of voor een bepaald “werk”, en derhalve met een totstandkoming van een tijdelijke maatschap, heeft men het equivalent van de tijdelijke vennootschap onder het Wetboek van Vennootschappen. Zodoende betreft het in essentie een semantische evolutie.

Wat is de maatschap?

Een maatschap wordt wettelijk vorm gegeven door het WVV, deel 2 (de vennootschappen), boek 4 (de maatschap, de vennootschap onder firma en de commanditaire vennootschap), de artikelen 4:1 tot en met 4:28.

Het WVV definieert de maatschap als volgt:

“De maatschap is een vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid” (artikel 1:5 WVV).

“De maatschap is een overeenkomst waarbij twee of meer personen zich verbinden om hun inbrengen in gemeenschap te brengen, met het oogmerk aan haar vennoten een rechtstreeks of onrechtstreeks vermogensvoordeel uit te keren of te bezorgen” (artikel 4:1 WVV).

De maatschap is dus louter een overeenkomst waarbij minstens twee partijen zich ertoe verbinden om een inbreng te doen, waarbij de inbrengen samen het doelvermogen vormen (zijnde het vermogen dat bestemd is voor de realisatie van een welbepaald doel), met de bedoeling vermogensvoordelen uit te keren aan de vennoten.

Een maatschap heeft een eigen en apart vermogen (dit is het doelvermogen) waarbij elke inbreng van de maten de mede-eigendom wordt van alle vennoten. Vermits de inbreng deel van het doelvermogen wordt, maakt het geen deel meer uit van het persoonlijk vermogen van de maat.

Wat met aansprakelijkheden binnen de maatschap?

De wet stipuleert dat een maatschap geen rechtspersoonlijkheid heeft (artikel 1:5 WVV). De vraag stelt zich welk gevolg dit heeft wanneer een persoonlijke schuldeiser van een maat, dan wel een schuldeiser van de vennootschap zich meldt. Welk(e) vermogen(s) kunnen deze schuldeisers aanspreken?

De persoonlijke schuldeisers van een vennoot, dit zijn de schuldeisers van de vennoot in wiens hoofde de verbintenis is ontstaan, kunnen enkel het privévermogen van de vennoot aanspreken. De betrokken schuldeiser kan derhalve het doelvermogen van de maatschap niet aanspreken omdat de vennoot zelf hier niet over kan beschikken (daar dit doelvermogen een vrijwillige mede-eigendom uitmaakt).

De vennootschapsschuldeisers, m.n. de schuldeisers van de maatschap in wiens hoofde de verbintenis is ontstaan, kunnen zowel het vennootschapsvermogen (i.e. doelvermogen) als het privévermogen van de individuele vennoten aanspreken. Het vennootschapsvermogen kan worden aangesproken omdat men, in het geval van een maatschap, een vordering heeft tegen alle vennoten.

De vennoten of maten zijn met hun privévermogen hoofdelijk aansprakelijk voor schulden gemaakt in het kader van de maatschap omdat de vennoten een onbeperkte aansprakelijkheid hebben, hetgeen het gevolg is van het gegeven dat deze maatschap geen rechtspersoonlijkheid bezit.

Aparte verzekeringsdekking als maat?

Vaak zal een (kandidaat-)maat een verzekeringsovereenkomst in eigen naam hebben gesloten, en dus niet in de hoedanigheid van maat, dewelke ertoe strekt zijn vermogen te vrijwaren tegen alle schulden uit een vaststaande aansprakelijkheid.

Het verzekerd risico onder deze verzekeringsdekking betreft de schuld uit aansprakelijkheid in hoofde van de maat, waarbij dit risico door een verzekeraar werd beoordeeld op basis van activiteiten die men (op zichzelf) uitoefende, en aldus niet samen met haar maten in het kader van een maatschap, op het ogenblik dat deze verzekeringsovereenkomst werd gesloten.

De vraag stelt zich echter of een aansprakelijkheid in hoofde van een maat, die deze partij dus draagt in diens hoedanigheid van maat en die in het gedrang komt omdat een vennootschapsschuldeiser door stoot naar het privévermogen van deze maat o.b.v. een verbintenis die in hoofde van de maatschap is ontstaan, nog onder het verzekerde risico valt van de BA-verzekering in eigen naam.

Het valt moeilijk te beargumenteren dat een verzekeraar in het kader van een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid (in eigen naam) ook dekking moet verlenen voor een aansprakelijkheid die tot stand is gekomen ingevolge de deelneming in een maatschap, waarbij de deelneming desgevallend zelfs niet aan de verzekeraar gekend was op het ogenblik van de afsluiting van de verzekeringsovereenkomst en dus bij de beoordeling van het gedekte risico.

De kans is in dergelijk geval reëel dat een verzekeraar, zeker wanneer men geconfronteerd wordt met een ernstig schadegeval in hoofde van de verzekerde (in eigen naam) in diens hoedanigheid van maat, stelt geen dekking te kunnen verlenen onder de bestaande verzekeringspolis in eigen naam.

Het is aangewezen een (bijkomende) verzekering af te sluiten op naam van de maatschap, met als de verzekerden de maten, dewelke dan een specifieke dekking verleent voor de activiteit in de maatschap en waarin de risico’s eigen aan deze maatschap in rekening kunnen worden gebracht. Men zou er ook voor kunnen opteren in de bestaande BA-verzekeringspolis (in eigen naam) een specifieke clausule op te nemen om ervoor te zorgen dat tevens de aansprakelijkheid van de verzekerde in het kader van de deelname aan een maatschap, al dan niet onder bepaalde voorwaarden, gedekt is. Dit vereist evident de expliciete goedkeuring van de verzekeraar.

Waarom de maatschap gebruiken?

Aangezien de maatschap een consensuele vennootschapsvorm is, waarbij de oprichting niet aan enige formaliteit onderworpen is (in tegenstelling tot vele andere vennootschapsvormen), is het de vorm bij uitstek om makkelijk een samenwerking op poten te zetten ter realisatie van een project. De oprichting van een maatschap vereist immers louter een overeenkomst die de constitutieve bestanddelen van de maatschap, zoals gestipuleerd in de wet, verenigt.

In de bouwsector wordt de maatschap om die reden veelal gebruikt door aannemers of ontwikkelaars om een samenwerking op poten te zetten in het kader van de realisatie van een bouwproject.